Roel Sillevis Smitt
jurist en werkgroepsecretaris
SABIC is een petrochemisch bedrijf met onder andere een vestiging in Bergen op Zoom. Het bedrijf produceert hier kunststoffen, voornamelijk plastic korrels. Op 18 mei 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan SABIC een natuurvergunning verleend. De natuurvergunning is aangevraagd voor het in gebruik nemen van de houtgestookte biomassa installatie (hierna: bmi) en het hete olie-fornuis. De installaties vervangen de Cogen2-installatie die op dit moment stoom en hete olie produceert.
De natuurvergunning van 18 mei 2022 is verleend, omdat significante gevolgen van het aangevraagde project op voorhand zijn uit te sluiten ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de natuurvergunning van 7 juni 2016 (intern salderen).
Op 15 februari 2023 heeft de rechtbank het door BMF en MOB ingestelde beroep gegrond verklaard, de natuurvergunning vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de bmi geen onderdeel is van het project SABIC, omdat het niet technisch, organisatorisch of functioneel is verbonden met dat project. Hierdoor is sprake van twee aparte projecten, waardoor niet intern gesaldeerd kan worden.
Tegen deze uitspraak hebben het college en SABIC hoger beroep ingesteld. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bmi en de andere bedrijfsactiviteiten van SABIC niet één project zijn. SABIC betoogt dat de feiten over haar bedrijfsvoering onjuist zijn weergegeven door de rechtbank.
Overwegingen van de bestuursrechter
Vaste rechtspraak is dat een aanvraag voor een natuurvergunning betrekking moet hebben op alle activiteiten die samen één project vormen (ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4471). Op die wijze is gewaarborgd dat de gevolgen van het gehele project voor het Natura 2000-gebied worden beoordeeld in de voortoets en de passende beoordeling. Zie ook het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 11 april 2013, Sweetman, ECLI:EU:C:2013:220.
Het antwoord op de vraag of bij verschillende activiteiten sprake is van één project, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. Van belang hierbij is onder meer of de activiteiten naar aard, tijd en ruimte van elkaar te onderscheiden zijn, of er sprake is van een onlosmakelijke samenhang en of de ene activiteit een noodzakelijke voorwaarde is om de andere activiteit te kunnen uitvoeren.
De Afdeling komt, anders dan de rechtbank, tot het oordeel dat de bmi en de andere bedrijfsactiviteiten van SABIC als één project moeten worden aangemerkt. Belangrijke overwegingen:
Het betoog over de omvang van het project slaagt.
Het bevoegd gezag heeft echter ten onrechte de referentiesituatie (de natuurvergunning van 7 juni 2016) betrokken in de voortoets. Dat dit niet is toegestaan, volgt uit de Rendac-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:4923). Dit houdt in dat de rechtbank terecht, zij het op andere gronden, de natuurvergunning heeft vernietigd.
Uitspraak
De hoger beroepen van het college en SABIC zijn ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de gronden.